Ga naar de hoofdinhoud
Skyline van Rotterdam met moderne hoogbouw aan de Maas en watertaxi op de voorgrond.

Stedelijke oevers

Op deze pagina

Doe de welstandscheck

Krijg snel en eenvoudig inzicht in welke welstandscriteria gelden voor jouw bouwinitiatief.

Ga naar de welstandscheck

Stedelijke oevers zijn gebieden gelegen aan de oever van de Maas of aan delen van (voormalige) havens. In de afgelopen 30 jaar hebben veel van deze gebieden hun (oorspronkelijke) functie verloren en kwamen ze beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen.

Stedenbouwkundige kenmerken

De afgelopen jaren zijn veel stedelijke oevers herontwikkeld en onderdeel geworden van het stedelijke gebied. Omdat deze ontwikkeling zich op zowel de noord- als de zuidoever voordoet is de rivier steeds meer deel gaan uitmaken van de binnenstad.

De bebouwing in deze gebieden wordt grotendeels gevormd door grote woon- en werkgebouwen, of een combinatie; vaak zijn er ook publieksvoorzieningen aanwezig. De schitterende uitzichten op de rivier en het eigen karakter van deze gebieden worden beschouwd als belangrijke kwaliteiten. De nieuwe bebouwing en de bijbehorende openbare ruimte reageren meestal zeer bewust op de Maas en op de havenbekkens, die als de belangrijkste buitenruimtes van Rotterdam worden gezien.

De hoge torens aan de Maas hebben invloed op elkaar en op grote delen van het rivierenlandschap. Daarnaast vormen ze een belangrijk onderdeel van de skyline van Rotterdam. Hierdoor is bebouwing op een rivierlocatie steeds op verschillende schaalniveaus deel van een ensemble. Van klein naar groot gaat het om: het gebouw als onderdeel van de directe omgeving, het gebouw als onderdeel van de rivieroevers als samenhangend gebied en het gebouw als onderdeel van de Rotterdamse skyline.

Een rivierlocatie ter plaatse van een eerdere haven reageert op de vroegere havenbekkens. Het gaat altijd om nieuwe ontwikkelingen waarbij de bestaande structuur en de bestaande bebouwing (gedeeltelijk) zijn gehandhaafd. Dat houdt in dat de havens, met hun opeenvolging van water-kade-bebouwing, in stand zijn gehouden of als uitgangspunt zijn genomen en dat in het gebied vaak oude pakhuizen en loodsen staan. Bebouwing en openbare ruimte zijn meestal in relatie met elkaar en met de rivier of het havenbekken ontworpen. Vrijwel altijd is er een duidelijke relatie tussen de binnenruimte (het interieur van het gebied) en de grote buitenruimte. Van binnenuit is er dan zicht op het grootstedelijke hoogbouwlandschap langs het water.

Stedelijke oevers worden gekenmerkt door een hoge dichtheid en een stenige buitenruimte: de kade. Wel is de meer in het binnengebied gelegen openbare ruimte vaak groen. De kade fungeert nu vaak als wandelgebied. De continuïteit van de kade speelt een grote rol bij de visuele verbinding van de verschillende elementen.

De bebouwing van stedelijke oevers is gemiddeld tussen de vijf en tien lagen hoog, met hier en daar een uitschieter. Vaak gaat het om grote blokken of torens die los in de openbare ruimte staan. Er is gestreefd naar openbare functies in de plint; erboven wordt gewoond of gewerkt. Stedelijke oevers verschillen onderling zeer sterk in karakter, waardoor het geven van een algemene karakteristiek en bijbehorende criteria lastig is. Daarom worden hieronder drie voorbeelden gegeven die onderling sterk verschillen: De Boompjes, het Drinkwaterleidingterrein (DWL-terrein) en de Entrepothaven.

Architectonische kenmerken

Bebouwing aan stedelijke oevers vormt het ‘gezicht’ van de stad naar de belangrijkste stedelijke buitenruimte, de rivier en de havenbekkens. Daarbij is de specifieke ligging, aan een binnen- of buitenbocht, aan een voormalige haven of dijk, van groot belang. In relatie tot die situering spelen de gebouwen op verschillende niveaus in kwalitatief opzicht een grote rol. Ze zijn van invloed op hun onmiddellijke omgeving, op het grotere geheel van de rivieroevers en op het beeld van de stad als geheel.

Voor het functioneren en daarmee voor de kwaliteit op verschillende niveaus zijn zichtlijnen en de coulissen-werking van hoge gebouwen langs de rivier van groot belang. De bebouwing is op verschillende manieren vormgegeven. De afwisseling tussen doorzicht en wandvorming, tussen voor- en achtergrond, tussen rivier en oevers, geven stedelijke oevers een sterke visuele gelaagdheid.

De continuïteit in de stedelijke oevers wordt gevormd door de openbare ruimte, de individualiteit door de forse gebouwen met elk een eigen gezicht. De architectonische eenheid bestaat uit een blok of ensemble; onderling kunnen die aanmerkelijk verschillen. Bij hergebruik van een voormalig havengebied worden - in de beste gevallen - de (haven)karakteristieken benut. De nieuwbouw contrasteert met de bestaande gebouwen, maar vertoont tegelijkertijd een zekere overeenkomst, bijvoorbeeld in maat en schaal. Er is sprake van een zorgvuldig ontworpen openbare ruimte, met een stenig karakter. Het ontwerp van de gebouwen is daarmee in samenhang, met grote aandacht voor de materialisering. Overeenkomst en herhaling van materiaal en kleur zijn toegepast om de grote schaal te versterken. Daarbij wordt van veel verschillende materialen gebruik gemaakt, met aandacht voor het detail. Van groot belang voor de overgang tussen het gebouw en de openbare ruimte is de plint, met min of meer publieke functies. Aan het ontwerp van de plint is vaak veel aandacht besteed.

Criteria

Stedelijke oevers zijn gebieden gelegen aan de oever van de Maas of aan delen van (voormalige) havens. In de afgelopen 30 jaar hebben veel van deze gebieden hun (oorspronkelijke) functie verloren en kwamen ze beschikbaar voor nieuwe ontwikkelingen.

  • Bouwinitiatieven versterken de gelaagdheid van de oorspronkelijke havenbebouwing en latere toevoegingen.

  • Ieder gebouw wordt ontworpen als een autonoom volume.

  • Bouwinitiatieven met een eigenzinnig gevelontwerp zijn goed mogelijk. Wel moet er een verband zijn met de architectuur van de omgeving en met het gelaagde karakter van de ensembles waarvan ze onderdeel zijn, op het schaalniveau van de rivier, de omgeving en de stad als geheel.

  • Bij grootschalige nieuwbouw sluit de schaal van het gevelontwerp aan op de schaal van de omgeving en de stad als geheel.

  • Materiaalgebruik en detaillering sluiten aan op het robuuste karakter van de kades en de waterbekkens, en ondersteunen de maat en schaal van het gebied.

Voor het Centrum (Waterfront, Wilhelminapier, Rijnhaven) geldt het volgende aanvullende criterium:

  • De toepassing van hoogwaardige materialen en detaillering is in overeenstemming met de hoge ambities voor centrumgebieden.

Andere reguliere criteria

Holbeinhuis op de Coolsingel in Rotterdam, met herfstbomen en het kantoor van de Bank of China.

Stadscentrum en centrumgebieden

Rotterdam heeft een voor Nederlandse begrippen bijzondere binnenstad, vooral vanwege de stedenbouw en architectuur uit de wederopbouwperiode en de opvallende skyline.

Rustige woonstraat in Rotterdam met vrijstaande huizen aan het water.

Historische linten en kernen

Historische linten en kernen zijn vóór 1900 ontstaan en lagen buiten de toenmalige stad Rotterdam.

Pijnackerplein in Rotterdam Oude Noorden met historische bakstenen gevels.

Organisch ontwikkelde uitbreidingen

Tussen circa 1860 en 1905 vonden stadsuitbreidingen plaats die niet waren gebaseerd op een stedenbouwkundig plan, maar zich organisch ontwikkelden.

Moderne bakstenen woonstraat in Rotterdam met jonge bomen en geparkeerde auto’s.

Vroege planmatige uitbreidingen

De vroege planmatige uitbreidingen zijn stadsdelen die zijn ontworpen op basis van een uitbreidingsplan met een visie op de stad als geheel, meestal gerealiseerd tussen circa 1905 en 1950.

Rijtjeshuizen met rode pannendaken in een rustige Rotterdamse straat.

Tuindorpen

In 1902 werd de Woningwet ingevoerd. Vanaf dat moment tot ongeveer 1950 kwamen er in de stad op verschillende plekken ruim opgezette en groene arbeiders- en middenstandswijken tot stand.

Appartementencomplex in Rotterdam met groen binnenterrein en balkons.

Stempel- en strokenbouw

Met stempel- en strokenbouw worden planmatige woongebieden bedoeld, tot stand gekomen tussen de jaren ’50 en ’70 van de twintigste eeuw, met incidenteel latere invullingen en vernieuwingen.

Binnenhof in Rotterdam met portiekwoningen, bomen en fietsen.

Planmatige woonerfwijken

Eind jaren ’60 van de vorige eeuw was er veel kritiek op de stempel- en strokenbouw, die als vlak en monotoon werd gezien.

Moderne appartementen aan de Rotterdamse kade met bakstenen gevels en balkons.

Recente uitbreidingen en grootschalige transformaties

Halverwege de jaren ’80 vond opnieuw een omslag plaats in stedenbouw en architectuur.

Vrijstaande moderne woningen in een Rotterdamse woonwijk.

Stedelijke villagebieden

Stedelijke villagebieden zijn woongebieden die zijn ontstaan na 1870 en waarvan de bebouwing bestaat uit vrijstaande of geschakelde villa’s.

Moderne bakstenen woontorens aan het water in Rotterdam.

Stedelijke knooppunten

Knooppunten zijn gebieden met diverse publieksfuncties, hoge bezoekersaantallen en een hoge verkeersintensiteit.

De Waalhaven Westzijde in Rotterdam met kantoorgebouwen, een fietspad en het STC-locatie Waalhaven in de verte.

Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden

Kantorenlocaties, haven- en bedrijvengebieden kennen veelal een rationele inrichting en zijn doorgaans sterk monofunctioneel van aard.

Park langs de Maas in Rotterdam met bomenrij en uitzicht op de skyline.

Groengebieden

Groengebieden hebben een recreatieve functie die vaak wordt gecombineerd met waterhuishoudkundige, educatieve en ecologische functies.

De Rijnhaven in Rotterdam met drijvende woningen, een loopbrug op de voorgrond en de moderne skyline van de Wilhelminapier op de achtergrond.

Bouwwerken op het water

In principe zijn op het water de Algemene Bouwstenen Rotterdam van toepassing, evenals de gebiedsgerichte criteria die voor de aangrenzende stadsdelen zijn geformuleerd.